Met de billen bloot

voor Orpheus, april 2009 

Ik heb de hondenriem nog niet gepakt of Sandra, onze hond, drukt haar neus al kwispelend tegen mij aan. Ik pak mijn jack en roep naar de kamer: "Schat, ik ben over anderhalf uur terug." Ze moest eens weten wat ik ga doen, flitst er door mijn hoofd. Als ik de voordeur open, zit Sandra, zoals altijd, in de weg en schuifelt dan zenuwachtig achteruit tot ze door de opening naar buiten kan. Dan rent ze naar de auto waar ze bij het achterportier één keer blaft in de hoop dat het daardoor open gaat. Ik druk op de elektronische ontgrendeling en dan blaft ze weer. Ik roep: "Jaja, ik kom al," loop naar de auto, open het portier en commandeer als ze erin springt: "En braaf!"

 

Vanochtend kreeg ik een sms-bericht of ik tussen zeven en acht kon langskomen voor een onderhoudsbeurt. Het was ondertekend met 'Ford'. Het is zo'n bericht dat anderen op een dwaalspoor moet brengen.

 

Ik voel me opgelaten, heb vlinders in mijn buik. Ik zie dat ik moet opschieten en rijd snel de oprit af de weg op. Normaal rijd ik rechtdoor, naar het Noorven, het natuurgebied hier in de buurt, maar vandaag niet. Na drie straten sla ik linksaf en rijd via de rondweg de autosnelweg op naar het zuiden.

Twee kilometer verderop ligt aan de andere kant van de snelweg de parkeerplaats waar ik naartoe wil. Guido heb ik er op goed geluk een keer ontmoet. Hij was sympathiek en opwindend. Hem wilde ik vaker zien maar hij was er niet altijd als ik kon. Tegenwoordig maken we een afspraak en ik ben blij met zijn bericht. Over de middenberm heen en tussen de begroeiing door, zie ik er vier auto's staan. Die van Guido is er niet bij. Bij het volgende viaduct keer ik. Even later rijd ik de parkeerplaats op en parkeer achter de laatste auto. Sandra heeft in de gaten dat ik ga stoppen. Ze heeft haar neus al tegen de ruit gedrukt en kijkt naar buiten. Ik pak de riem, stap uit en loop om de Ford heen. Achter de wasem op de ruit zie ik een enthousiaste Sandra die begint te blaffen zodra ik het portier open. Voordat ik haar bij haar halsband kan vastpakken, spurt ze weg en rent al blaffend de parkeerplaats op naar een andere hond die ze heeft gezien. Bij een blauwe auto iets verderop, zie ik Guido, hij zwaait naar me. Wat een lekker stuk is hij toch! denk ik en zwaai glimlachend terug.

Twee van de auto's waar ik langs loop zijn verlaten. In een andere zit een man die mij aandachtig volgt maar blijft zitten. Bij Guido loopt een zwarte labrador die nu nieuwsgierig snuffelt aan Sandra. Dan rennen ze al dartelend in het rond. Zo te zien kan het geen kwaad en ik laat haar maar. Als ik naar hem toeloop zie ik dat in de bosjes een paar mannen bezig zijn. De honden hebben er geen aandacht voor. Guido wacht bij zijn auto, de late zon accentueert de bobbel van zijn geslacht. De glimlach op zijn gezicht wordt breder naarmate ik dichterbij kom. Lachrimpels maken daarbij zijn knappe gezicht nog mooier. Ik heb het met hem getroffen want ook als ik hem niet kende, ging ik hem achterna, bedenk ik, en ik ben daarin hopelijk wel de enige.

Ik ben nu vlak bij hem en hij opent zijn armen om mij te begroeten. "Je hebt mijn berichtje dus gehad! Ik kon zaterdag niet. Daarom."

Ik omhels hem en hij kust me terug, op mijn mond. Zo openlijk op de parkeerplaats voel ik me opgelaten maar reageer toch op zijn tongzoen. Het voelt heerlijk. Met zijn lichaam drukt hij zich tegen me aan en ik voel mijn begeerte ontwaken. Ook in zíjn kruis wordt het harder. We laten elkaar lachend los. De honden spelen nog steeds met elkaar, zo nu en dan rennen ze de bosjes in.

"Heb je een nieuwe auto? Ik herkende hem niet."

"Ja, mooi hè?"

"Maar wel een verkeerd merk," zeg ik plagerig, "Als je een Ford had, klopte ook je ondertekening!"

Hij kijkt mij waarderend aan. "Ik heb mijn hond meegenomen. Ik gokte erop dat jij haar ook meebracht. Ze hebben elkaar al gevonden, zo te zien."

"Het is een mooi beest, hoe heet hij?"

"Kerel."

"Originele naam. Zij heet Sandra, ze is pas gesteriliseerd. Ik vind het wel apart om jou midden in de week te zien."

Guido kijkt mij lief aan maar zegt niets, dan glimlacht hij ondeugend: "Zullen wij ook aan de onderhoudsbeurt beginnen? Zíj zijn al begonnen!" Ik volg zijn blik en zie dat Sandra wordt besprongen door Kerel.

Al lachend lopen we de bosjes in en zoeken een beschutte plek. Het ziet er overal schoon uit. Normaal slingeren er tissues, condooms en verpakkingen rond. Nu staan er een aantal prullenbakken tussen de struiken en dat helpt.

Zodra we op een geschikte plek staan, slaat hij zijn armen om me heen. Zijn tong zoekt de mijne. Als we elkaar gevonden hebben wurmt hij net zo lang tot mijn jack uit is. Dan maakt hij de knoopjes van mijn overhemd los, één voor één. Intussen trek ik zijn T-shirt uit zijn broek en streel hem op zijn blote huid. Hij heeft een lief gezicht. Zijn handen masseren zachtjes mijn tepels en maken dan een neerwaartse beweging waarna mijn broekriem losgaat, en de broek wordt weggetrokken. Hij zakt op mijn enkels. Zijn tong likt mijn tepels en zijn handen strelen alvast mijn fiere geslacht. Dit voelt al sensationeel en dat is nog maar het begin. Zijn hoofd beweegt naar beneden, intussen kroel ik in zijn haar. Ik beweeg mijn handen in het ritme van zijn hoofd en laat hem begaan, hij weet wat ik fijn vind. Straks mag ik hem verwennen.

Ik voel dat ik ga komen en concentreer me om dat zo lang mogelijk uit te stellen.

Plotseling klinken er gierende banden en een doffe dreun. Het geluid komt uit de richting van de uitrit van de parkeerplaats. We kijken elkaar aan en turen rond maar kunnen door de struiken niets zien. Guido produceert een hoge fluittoon waarop Kerel komt aangerend. Ik roep hard: "Sandra, hier… Sandra, hier…" maar krijg geen reactie. "Volgens mij hebben we een probleem," zeg ik eufemistisch. Snel trek ik mijn broek omhoog en herstel mijn kleren. Ik pak mijn jack en de hondenriem en loop angstig de parkeerplaats op. Daar zie ik haar niet. Ik loop door naar de uitrit. Guido zet Kerel in zijn auto en komt achter me aan. Ik roep nog een keer hard, maar krijg weer geen reactie.

Het is druk op de snelweg. Voorzichtig lopen we langs de vangrail de vluchtstrook op.

"Ik zou maar zeggen dat hij bij het aanlijnen is ontglipt," zegt Guido behulpzaam, "of heb je een andere suggestie?"

Iets verderop staat een bestelbusje knipperend langs de vangrail. Een man in overal loopt er omheen en komt onze kant uit. We blijven staan.

"Nee, het lijkt me inderdaad het beste," zeg ik. Dan zie ik iets op de weg liggen. Aan de kleur te zien zou het Sandra kunnen zijn. Net als ik het Guido aanwijs rijdt er een vrachtwagen overheen. Het is een naar gezicht. Bloed spettert in het rond. Guido trekt mij onthutst tegen zich aan en laat me dan weer los.

De man is bij ons aangekomen. "Was dat uw hond?"

"Ik vrees van wel," zeg ik bedrukt.

"Hij is doorgereden," zegt de man, "het was een Jeep die mij inhaalde. Vóór ons was het heel ver leeg. Uw hond had ik gezien, hij liep tussen de vluchtstrook en de vangrail."

"Het is een zij. Zij is, eh… wás een teefje."

Oh, sorry… Die Jeep ging heel bruut naar rechts en maakte een slinger over de vluchtstrook. Toen moet hij uw hond geraakt hebben. Het moet heel erg voor u zijn. Ik weet hoe het voelt, heb zelf ook honden. Daarom ben ik ook gestopt en heb het kenteken voor u opgeschreven. Hier, alstublieft."

Wat moet ik hiermee en wat moet ik thuis vertellen? vraag ik mij af.

Ik steek mijn hand uit om hem te bedanken. "Dank u, heel fijn." Ik weet niet wat ik nog meer moet vragen en kijk hulpeloos naar Guido.

"Mogen wij uw naam en telefoonnummer? Misschien hebben wij een getuige nodig," zegt hij behulpzaam.

Ik kijk Guido dankbaar aan. De man knikt en ik geef hem zijn papiertje weer. Hij zet zijn naam en zijn mobiel nummer erbij.

"Dat is geregeld. Ik ga maar weer snel verder. Sterkte met de afwikkeling." De man draait zich om en vertrekt.

"Nou heb ik een probleem," zeg ik als we teruglopen, "want hoe vertel ik het thuis? Ze denkt dat ik op het Noorven wandel. Als ze er achter komt dat ik hier was…"

"Dan zeg je toch gewoon dat ze is weggelopen, en dat je overal gezocht hebt. Desnoods zeg je dat ik meegezocht heb. Over een uur is het donker, dan heeft zoeken geen zin meer."

Ik laat het even bezinken. Het is nog niet zo'n slecht voorstel. "Dan bel ik haar om het uit te leggen en dat ik blijf zoeken tot het geen zin meer heeft."

"Dan moet je wel eerst daar naartoe rijden anders hoort ze het verkeer. Ga maar vast dan kom ik ook en gaan we haar zogenaamd zoeken. Laat ik daar meteen mijn Kerel uit."

In mijn gespannenheid grinnik ik om de dubbele betekenis.

 

Guido is achter me aangereden. We parkeren op het Noorven bij andere auto's. Hij heeft Kerel aangelijnd en samen lopen we het park in.

Ik pak mijn telefoon en bel naar huis. Het duurt even voordat ze opneemt. Snel vertel ik haar wat er aan de hand is, dat ik blijf zoeken en dat het laat kan worden. Ik verbreek de verbinding en blijf nog even in gedachten: Accepteerde men ieders geaardheid maar, dan had ik het vast vóór ons trouwen ontdekt, dat was voor iedereen beter geweest.

"Ze bracht net onze zoon naar bed," leg ik Guido uit.

"Hoe nam ze het op?"

"Dat weet ik niet, zij kon niet reageren waar hij bij was, maar de paniek zal wel komen."

"Zie je haar er voor aan dat ze hier komt zoeken?"

"Goh, wat denk jij praktisch... Nee, ze moet op Joery passen."

"O."

Als je weg wil dan ga maar, hoor. Ik red me wel. Spreken we dan volgende week weer af?"

"Als jij thuis weg kunt, prima?" Guido haalt zijn schouders op en ziet dat ik hem verbaasd aankijk. "Man, je hebt geen hond meer!"

Hij heeft verdomme gelijk. Ik wil hem blijven zien. Maar hoe?

"Vind je het leuk met mij?" vraag ik hoopvol.

"Ja, voor jou hou ik mijn agenda open. Sinds ik je ken, maak ik geen andere afspraken meer. Merk je dat niet aan mij?"

"Ik ben altijd zo zenuwachtig als ik je weer zie."

"En ik weet geen raad met de vlinders in mijn buik. Met jou wil ik verder."

"Dat kan niet. Dat snap je toch wel? Ik heb een gezin!"

"Ja helaas wel."

"Jij zou ook stapelgek zijn op Joery, dat weet ik zeker."

"Dan zorg maar dat ik hem ontmoet. Hé Frans, ik moet nu echt weg. Bel me morgen tussen de middag; als het niet uitkomt, zeg ik het wel. Dan spreken we dan bij mij thuis af… Om de onderhoudsbeurt af te ronden, snap je?" Hij knipoogt met een olijk gezicht.

"Okay," zeg ik lachend, "Maar ik wil nog wel een kus, eerder laat ik je niet gaan." In het schemerduister trek ik hem naar me toe. Ik vind zijn mond. Het laat me alle ellende vergeten.

Als hij mij loslaat wenst hij me sterkte, hij zegt het fluisterend. Dan geeft hij me een high five en loopt naar zijn auto.

Ik aai nog snel zijn hond en zeg: "Jij hebt geluk gehad, Kerel."

Met een dubbel hart zie ik Guido wegrijden.

 

Wat moet ik ermee? Ik houd van Guido en tegelijkertijd baal ik van mijn gedrag; van mijn dubbelleven en die continue angst te worden betrapt. Dit moest ik doorbreken, maar hoe…? Zou ze al iets vermoeden? En dat het met een man is? Ik heb nog niets gemerkt maar zoveel contact hebben we ook niet meer. Gelukkig doorbreekt Joery de sleur…

Wat zou ik willen? Wil ik Guido er alleen bij of wil ik hem alleen en zou ik moeten scheiden? Ik kan Joery niet missen; ik wil zijn vader zijn.

Heen en weer geslingerd tussen die gedachten stap ik in mijn auto en besluit het nog maar even aan te zien. Sandra is weg en dat geeft al genoeg kopzorgen.

 

Als ik thuiskom staat er een politieauto voor de deur. De schrik slaat me om het hart. Wat komen die doen? O jee, die hebben Sandra gevonden. Hoe moet ik dat uitleggen?

Zenuwachtig parkeer ik de auto, loop naar de voordeur en steek met trillende handen de sleutel in het slot.

Waarom trof dat mij nou? Was ik maar gewoon hetero.